De structuur van de sigaar

Handgemaakte sigaren bestaan uit drie delen: het binnengoed, het omblad en het dekblad. Deze delen hebben een verschillende functie bij het roken.

Dekblad

Het dekblad (capa) bepaalt het uiterlijk van de sigaar. Dit wordt altijd onder gaas geteeld en afzonderlijk van de andere bladeren gefermenteerd om te verzekeren dat het glad en niet te olieachtig is en een subtiel bouquet heeft. Het moet zacht en buigzaam zijn zodat het voor de roller gemakkelijk is te hanteren.

De dekbladen van verschillende plantages hebben verschillende kleuren (en dus subtiel verschillende smaken, suikerachtiger als ze donkerder zijn, bijvoorbeeld) en worden voor verschillende merken gebruikt. Goed dekblad moet elastisch zijn en er mogen geen nerven uitsteken. Het moet twaalf tot achttien maanden rijpen; hoe langer hoe beter.

Dekblad van buiten Cuba handgemaakte sigaren kan uit Connectieut, Kameroen, Sumatra, Ecuador, Honduras, Mexico, Costa Rica of Nicaragua komen. Het dekblad is het duurste deel van de sigaar.

Het omblad

Het omblad (capote) houdt de sigaar bij elkaar en bestaat gewoonlijk uit twee helften in de zon gegroeid blad van het bovenste deel van de plant, dat wordt gekozen vanwege zijn goede trekkracht.

Binnengoed

Het binnengoed wordt gemaakt van afzonderlijke bladeren die met de hand over de lengte worden gevouwen, zodat de rook erdoor kan. Het vouwen kan alleen goed met de hand worden gedaan, en dat is de voornaamste oorzaak waardoor machinaal gemaakte sigaren minder goed zijn. De manier van vouwen van het binnengoed wordt soms de 'boekstijl' genoemd, wat betekent dat als de sigaar in de lengte wordt doorgesneden, het binnengoed op de bladzijden van een boek lijkt. Vroeger werd ook wel de 'entubar-methode' gebruikt, waarbij tot acht dunne buizen van tabaksblad in het omblad werden gerold, waardoor de sigaar heel langzaam brandde.

Voor het binnengoed worden drie typen blad gebruikt (bij de dikkere soorten, zoals Montecristo No. 2, wordt een vierde type gebruikt).

Ligero

Ligero-blad van de top van de plant, is donker en vol van smaak door de olien die in het zonlicht worden aangemaakt. Deze bladeren moeten ten minste twee jaar rijpen. Ligero-tabak wordt altijd in het midden van de sigaar gedaan, omdat hij langzaam brandt.

Seco

Seco-blad van het midden van de plant, is veel lichter van kleur en smaak. Het moet ongeveer achttien maanden rijpen.

Volado

Volado-blad, van de basis van de plant, heeft weinig of geen smaak, maar brandt goed. Dit blad moet negen maanden rijpen.

 

De juiste melange van deze bladeren in het binnengoed bepaalt de smaak en afmeting van ieder merk. Een volle sigaar zoals Ramon Allones zal bijvoorbeeld meer ligero in het binnengoed hebben dan een lichte zoals H. Upmann, die meer seco en volado bevat. In kleine, dunne sigaren zit vaak helemaal geen ligero. De consistentie van een melange wordt gehandhaafd door tabak van verschillende oogsten en plantages te gebruiken, dus er is een grote voorraad rijpe tabak nodig.