Verschil tussen handgemaakte en machinale sigaren

Het belangrijkste verschil tussen handgemaakte en machinale sigaren is het feit dat de meeste machinale niet met long fillcrs worden gemaakt, waardoor brand-en trekkwaliteit van machinale sigaren inferieur zijn; ze branden sneller en worden heter. Voor sommige machinale merken, Bering bijvoorbeeld, wordt longfilIer gebruikt, waardoor ze beter zijn dan de rest, maar nog steeds minder dan handgemaakte sigaren. De kwaliteit van het dekblad van machinale sigaren is meestal ook inferieur vergeleken met de betere handgemaakt sigaren.
Voor de goedkope massamarkt wordt van een melange van binnengoed staafjes gemaakt, als bij sigaretten, en overdekt met een ononderbroken vel dekblad. De staafjes worden dichtgemaakt en op lengte gebracht. Het dekblad wordt aangebracht en de sigaren worden getrimd.

Bij de duurdere machinale sigaren zit er een operateur voor de machine die steeds een mengsel van binnengoed (meestal versnipperd blad) in een trechter stort en twee dekbladen op een plaat legt, waar ze worden afgesneden. De bladen worden overlappend gepositioneerd op een lopende band die de rolmachine ingaat. Hier wordt de juiste hoeveelheid binnengoed omwikkeld en de sigaar wordt vervolgens getrimd.

Hoe zie je het verschil?

Het is vrij gemakkelijk om het verschil aan te geven tussen handgemaakte en machinale sigaren: het dopje van machinale sigaren is vaak veel spitser, de sigaren voelen minder glad aan en het dekblad is meestal grover, vaak met opliggende nerven.


Als de sigaar geen dopje heeft, kunt u er zeker van zijn dat het een goedkope machinale sigaar is. Een cellofaanverpakking kan ook een teken zijn, met name bij Cubaanse sigaren, maar van de niet-Cubaanse handgemaakte sigaren worden er veel goede juist wel in cellofaan verpakt. In Cuba is kortgeleden het concept 'hand-finished' geïntroduceerd voor sigaren die machinaal worden gebost, van het merk Quintero bijvoorbeeld.


Deze sigaren zijn van long filler, hebben een redelijk goed dekblad en de dopjes zijn hetzelfde als die van de handgemaakte. Ze kunnen het rookgenot van een handgemaakte sigaar qua smaak benaderen, hoewel de ervaren roker er niet intrapt. Handgemaakte sigaren zijn zoveel duurder doordat het productieproces meer tijd kost, arbeidsintensiever is en doordat er duurdere bladeren voor worden gebruikt. Bij het met de hand maken wordt er ook meer verspild.


De sigarenkist

Sigaren werden oorspronkelijk verkocht in bundels waar varkensblaas overheen lag (met een paar vanillepeulen voor de geur). Daarna kwamen grote cederhouten kisten in zwang, waar lO.OOn sigaren in konden. In 1830 begonnen de bankiers van /-I. Upmann sigaren te verschepen voor de directeuren in Londen, verpakt in verzegelde cederhouten kisten met het logo van de bank erop. Toen de bank besloot zich helemaal op de sigarenbusiness te storten, werd de cederhouten kist de verpakking voor alle grote havanna-merken en handgemaakte sigaren (hoewel kleine hoeveelheden tegenwoordig in kartonnen kisten worden verpakt, terwijl losse sigaren van veel merken worden verpakt in aluminium kokers met een cederhoutbekleding). Met cederhout drogen de sigaren minder snel uit en wordt het rijpingsproces bevorderd.

 

Etiketten op sigarenkisten

Het idee van kleurige etiketten, die nu voor alle handgemaakte merken worden gebruikt, komt van Ramon Allones, een Gallicistiche immigrant op Cuba. Hij deed ze om het merk dat hij in 1837 oprichtte. Toen de bedrijfstak in het midden van de 19c eeuw ging groeien, ontstond ook de noodzaak om de merken uit elkaar te houden. Etiketten of illustraties werden ook aan de binnenkant van de deksels van kisten van veel havanna's en andere merken aangehraeht. De kisten hebben meestal ook een kleurig versierde rand. De cederhouten kist wordt ook wel 'bote nature' genoemd. Papier, meestal gekleurd, wordt gewoonlijk aan de binnenkant van de kist geplakt ter bedekking van de sigaren die erin zitten.


Na te zijn gevuld en gecontroleerd, wordt de kist goed dichtgetimmerd en verzegeld met een groen met wit etiket (een gewoonte die uit 1912 dateert) ten teken dat er echte havanna's in zitten. Tegenwoordig wordt zo'n etiket met vergelijkbare kleuren en opschrift voor de meeste handgemaakte sigaren gebruikt, Cubaans of niet. Op het etiket van havanna's staat "Cuban government's warranty for cigars exported from Havana. Republica de Cuba. Sello de garantia nacional de procedencia."


De meeste formaten van het elitemerk Cohiba worden in geverniste kisten verpakt, evenals een of twee grotere formaten van enkele andere Cubaanse merken. Het formaat H. Upmann Sir Winston zit bijvoorbeeld in een glimmende donkergroene kist. Deze kisten worden meestal bedrukt met het merklogo en er zit geen etiket op, behalve dat van de overheid.


De vorm van de verpakking die 8-9-8 wordt genoemd, wordt gebruikt voor sommige sigaren van Partagas en Ramon Allones. Dit zijn glimmende kisten met afgeronde hoeken die 25 sigaren bevatten, gerangschikt in twee lagen van 8 den daartussen een laag van 9.
Sigarenfabrieken in Havana Sigarenfabrieken in Havanna zien er tegenwoordig nog bijna net zo uit als in het midden van de 19e eeuw, toen de kunst van het sigaren maken werd gestandaardiseerd en een industrie werd.

Acht sigarenfabrieken in Cuba

Tegenwoordig zijn er in Cuba nog maar acht bedrijven waar sigaren met de band worden gemaakt (terwijl dat e aan het begin van de eeuw nog 120 waren). De fabrieken kregen na de revolutie een ideologisch correcte naam, maar staan nog steeds bekend onder hun naam van voor die tijd en hebben nog steeds hun oude uithangborden. 

De bekendste zijn H. Upmann (nu Jose Marti), Partagas (Francisco Perez German), Romeo Y Julieta (Briones Montoto), La Corona (Fernando Roig) en de elitaire EI Laguito, die oorspronkelijk in het midden van de jaren zestig als een opleidingscentrum openging. Iedere fabriek produceert een aantal merken met een bepaalde smaak. Partagas is bijvoorbeeld gespecialiseerd in zware sigaren en maakt zes merken, waaronder Bolivar, Ramon Allones, Gloria Cubana en natuurlijk Partagas. De fabrieken specialiseren zich ook vaak in bepaalde formaten.


De procedure is in alle fabrieken in essentie dezelfde, hoewel de grootte en sfeer van de fabrieken verschillen. De grote EI Laguito bijvoorbeeld beslaat drie gebouwen in Italiaanse stijl uit 1910 in een chique woonwijk, vroeger de woning van Marquez de Pinar del Rio. Het nogal sombere drie verdiepingen hoge gebouw van Partagas, in het centrum van Havanna, werd in 1845 gebouwd en is wat zakelijker van stijl. Laguito was het eerste bedrijf dat vrouwelijke rollers in dienst nam, en nu is nog steeds de meerderheid van de rollers vrouw.